5 reacties

  1. Het verbaasde mij dat bij vraag 8 niemand heeft opgemerkt dat de vraag niet klopt. De vraag zou kloppen als van Δει 2 gelijkwaardige AcI’s afhingen: πολιν τηνδε εκμαθειν en απολογησασθαι μ’. Maar zoals vele anderen gebruik ik met mijn leerlingen het Eisma-examenboek. En dan zit het zo: van Δει hangt één AcI af (πολιν τηνδε εκμαθειν) en van die AcI hangen 2 participiumconstructies af (ατελεστον ουσαν en με φανεντα) en bij die laatste (een AcP) heb je nog als doelbepaling απολογησασθαι μ’. Om nou een chiasme te construeren door de AcI te combineren met de doelbepaling die hoort bij de tweede van de ACI afhangende participiumconstructie gaat me wel ver, sterker nog: vind ik onjuist.
    Dan een opmerking over kolon 41-43. De aantekening bij regel 283 (μη verbinden met Δεδοικα) is misleidend. Een aantal leerlingen van mij heeft, m.i. door deze aantekening, opgeschreven: ik ben niet bang voor jou. Dat is μη verbinden met Δεδοικα. Ik kan zien dat ze het eerst goed hadden en later dat “niet” ertussen gekriebeld hebben. En hierdoor gaat automatisch kolon 43 ook fout.

  2. Nog 1 opmerking, over het advies m.b.t. kolon 47. Ik ben het er niet mee eens. In het correctievoorschrift staat een modelantwoord (we hebben te maken met een antwoordmodel), niet het enige juiste antwoord. Er staat ook niet dat weglating van “en” in de vertaling het antwoord fout maakt. Bovendien hebben de leerlingen zo’n jaar of 5 geleerd dat je δε onvertaald mag laten. En dan nu bij het examen opeens niet. Mijn advies: reken vertalingen zonder “en” ook goed.

  3. Gaarne volgend jaar ook weer een fysieke vergadering (voor mij in Amsterdam).
    Digitaal vond ik toch een noodoplossing (hoewel beter dan niets).

  4. Hartelijk dank voor dit zorgvuldige en heldere correctieadvies in de vertrouwde kwaliteit! Een welkome bijdrage aan het uniform nakijken van het CSE GTC 2021.

    Ik moest wel even glimlachen over de infinitivus pro imperativo. Lijkt me net iets te ingewikkelde gedachte voor een groot deel van mijn leerlingen die voor de zoveelste keer een acp niet herkennen noch gepast vertalen. Volgens mij een mooie aanleiding voor een reflectiemomentje over de vraag wat we eigenlijk willen met onze vertaalactiviteiten binnen GLTC. Je zou kunnen stellen dat de leerling die καὶ μή τι μέλλειν in vers 274 vertaalt met ‘En treuzel vooral niet.’ meer inzicht in de Griekse taal, meer tekstbegrip en gevoel voor Nederlandse syntaxis toont dan degene die Ὁρῶ Κρέοντα στείχοντα vertaalt met ‘Ik zie Kreon die/terwijl hij nadert’, een door het correctievoorschrift toegestane weergave. Deze laatste leerling heeft niet alleen de Griekse zinsbouw niet begrepen, maar ook de inhoud, namelijk dat het koor een toedracht of handeling ziet en niet een persoon (over welke nog aanvullende informatie gegeven wordt of die toevallig een gelijktijdige handeling uitvoert) of kan deze inhoud niet goed omzetten. De leerling die vertaalt ‘Treuzel vooral niet.’ heeft de inhoud wel begrepen, kiest (oké, misschien niet echt een bewuste keuze) echter in zijn vertaling voor een andere syntaxis dan het Grieks. Ik vraag me dus af of we niet over ‘Treuzel vooral niet.’ in veel hogere mate verheugd moeten zijn (en de vertaling zonder verdere argumentatie goedkeuren) dan over ‘Ik zie Kreon die/terwijl hij nadert.’ En terwijl ik dit schrijf word ik blij van het feit dat ik een vak mag geven waar leerlingen zo zorgvuldig over taal na mogen denken. Waar elders in hun vakkenpakket kunnen ze dit leren?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *