Afronding schoolexamen

Op 24 maart j.l. heeft de regering besloten om de centrale eindexamens af te gelasten en het cijfer van de schoolexamens als eindcijfer te laten gelden. Dit betekent dat scholen zelf kunnen besluiten hoe zij omgaan met de laatste toetsen van hun Programma van Toetsing en Afsluiting.  De Minister heeft daarbij aangegeven dat er op school, met inachtneming van voldoende afstand en minder mensen in een lokaal, schriftelijk getoetst kan worden, of digitaal en op afstand. In de praktijk leidt dit ertoe dat scholen de oplossing kiezen die het best bij hun pedagogisch-didactische opvattingen past.

Diverse scholen willen nu inzetten op digitale toetsing. Met betrekking tot deze wijze van toetsen wil het bestuur van de VCN enkele punten ter overweging meegeven.

In het universitair onderwijs wordt hiermee al enige ervaring opgedaan. Het betreft dan vooral toetsen die op de computer worden afgenomen in aanwezigheid van de docent. Daarnaast zien we open boek toetsen en schriftelijke toetsen op afstand met gebruik van geavanceerde webcams, die alle bewegingen van de student registreren. Deze vorm van toetsing op afstand zal voor de meeste scholen voor VO (nog) niet aan de orde zijn.

Een praktische opdracht of mondelinge overhoring lijkt ons minder fraudegevoelig. Dit zijn echter vormen van toetsing waar de leerlingen niet op voorbereid zijn. En voor een docent is het heel arbeidsintensief om voor elke leerling een afzonderlijke toets te maken en deze mondeling af te nemen.


Wettelijk moet alleen het pensum van 30 pagina’s OCT in het schoolexamen getoetst worden. De huidige examenauteurs (Vergilius en Plato), alsmede een nieuwe vertaling is niet verplicht.

Bedenkt u wel, dat een wijziging van toetsvorm, toetsstof of het volledig laten vervallen van een toets ook een wijziging van het PTA kan betekenen. Wij adviseren dan ook om wijzigingen met de examensecretaris te overleggen.

Op woensdag 22 april verscheen Resultaatverbeteringstoets, Een handreiking voor het maken en becijferen van het Cito. Deze handreiking geeft docenten tips voor het opstellen en beoordelen van de Resultaatsverbeteringstoetsen, de toetsen waarmee eindexaminandi twee van hun schoolexamencijfers kunnen verbeteren.
Voor Resultaatsverbeteringstoetsen bij de Klassieke Talen geeft de handreiking weinig handvatten.
“De algemene richtlijn is dat de RV-toets zoveel mogelijk gebaseerd is op het PTA. Die formulering biedt enige ruimte.” Aldus de handreiking op pagina 10.
Het uitgangspunt van de RV-toets is dus het eigen PTA. Dit maakt het lastig voor ons generieke uitspraken te doen. De PTA’s van de scholen zijn onderling namelijk verschillend.
Een aantal overwegingen kunnen wij de classici met examenverantwoordelijkheid wel meegeven.
In de RV-toets kan zowel tekstinterpretatie als vertaling worden getoetst. Dit ligt voor de hand als deze beide onderdelen in het PTA zijn opgenomen.
Veel secties besteden het gehele examenjaar aan het lezen van de examenauteurs, i.c. Plato en Vergilius. Daarbij is het gebruik de stof van het CE ook in het PTA als onderdeel van het SE op te nemen. Indien de examenauteur is opgenomen als onderdeel van het in het PTA opgenomen pensum kan het gebruikt worden als stof voor de (gehele) RV-toets. Belangrijk daarbij is wel dat de RV-toets zo wordt opgesteld dat alle domeinen die in het PTA beschreven zijn in de vragen van de toets terugkomen.